Ondanks de verwijten die beleggers tegenwoordig naar het
hoofd geslingerd krijgen, blaas ik deze maand 3 kaarsjes uit als belegger. Hieronder
een aantal hersenspinsels over hoe die drie jaren mij bevallen zijn.
Drie jaar geleden
verkondigde ik weleens wou zien of ik the
guts had om te beleggen. Allemaal goed en wel als het goed gaat, maar wat
als het minder goed gaat, kan ik ertegen of word ik (te) emotioneel? Toegegeven,
veel berenmarkt heb ik in mijn carrière nog niet gezien. Laten we zeggen, the jury is still out on this maar de
eerste resultaten zijn hoopvol.
How it all began
Op 24 november
2013 kocht ik mijn eerste aandelen. Welgeteld 26 aandelen van TessenderloChemie. De koers van het aandeel was toen 18,80 EUR, vrijdag 28 oktober 2016
sloot Tessenderlo de week aan 30,22 EUR. Net geen 61% meerwaarde. Helaas,
Tessenderlo heb ik al lang niet meer.. 5 maanden later verkocht met een
nettorendement van 4,5%. Gigantisch leek dit toen, een veelvoud van wat ik na
een heel jaar op mijn spaarrekening zou krijgen. 3 jaar laten weet ik wel beter…
Veel anders
verliep het met het tweede aandeel dat ik kocht, ArcelorMittal. Op 31 Oktober
2016 gekocht voor 11,30 EUR, een koers waar ik nu maar van kan dromen.
ArcelorMittal heb ik nog steeds en is het aandeel waar ik misschien het meeste
leergeld voor betaald heb. Het aloude gezegde “never catch a falling knife”
komt spontaan ter gedachte. Drie jaar en een kapitaalsverhoging later heb ik
ongeveer 6,50 keer meer ArcelorMittal dan mijn oorspronkelijke positie met een
gemiddelde aankoopkoers dicht tegen de helft van mijn oorspronkelijke order.
Stavaza
Soit het is nu
niet de bedoeling om een relaas te doen van elk aandeel dat ik (ooit gehad)
heb. Hieronder geef ik graag wat facts & figures van mijn portefeuille,
meer info kan je vinden op de gelijknamige pagina op deze blog.
· Totaal gestort kapitaal tot op heden:
7.305,00 EUR
· Totaal ontvangen netto dividenden YTD: 147,75
· Totaal gerealiseerde meerwaarde YTD: 571,46
· Return YTD: 25,96%
· # posities: 8
Index knuffelen
is niet besteed aan de ‘value invester’ die de lange termijn voor ogen houdt (de
categorie waarin ik mezelf zou willen plaatsen) maar het kloppen van een index
blijft wel leuk. Daarom hieronder een grafiek met hoe ik me (YTD) t.o.v. de
Bel20 verhoud.
Lessons learned
Van beleggen word
je rijk, hopelijk ook in financiële zin maar zeker in termen van kennis en ervaringen.
Het overkomt me weleens dat ik als enigste blijk te weten welke groep achter
een bepaald bedrijf zit of wie de hoofdaandeelhouder is van een merk dat we
elke dag rond ons zien. Ik lijk de actualiteit inzake fiscaliteit, macro
economisch nieuws, ect nauwgezetter te volgen dan de meeste van mijn
leeftijdsgenoten.
Verder heb ik
geleerd dat het niet makkelijk is een echte belegger te zijn en dat er een
zeker discipline bij komt kijken. Het is niet altijd vanzelfsprekend om aan de
lokroep van de korte termijn wensen te weerstaan. Hoewel er an sich niets
verkeerd is om met het dividend van een aandeel iets te kopen, is het niet de
doelstelling van mijn portefeuille. De bedoeling is om het zo genaamde achtste
wereldwonder, i.e. samengestelde interesten, zijn werk te laten doen om zo een
noemenswaardig kapitaal op te bouwen. Een kapitaal waarvan men (gedeeltelijk)
van de vruchten kan leven zonder het kapitaal aan te tasten. Daarom herbeleg ik
alle meerwaarde die ik realiseer en de dividenden die ik ontvang. Af en toe
sluis ik extra spaargeld door naar mijn portefeuille, nooit grote bedragen maar
bijvoorbeeld genoeg om te kunnen intekenen op een kapitaalsverhoging of het
herinvesteren van het fiscaalvoordeel van pensioensparen. Om dit met een gerust
gemoed te kunnen doen moet ik de discipline aan de dag kunnen brengen om mijn
andere financiële verplichtingen en spaardoelen na te komen. Hoewel ik het
beleggen het leukste vind, komt dit als laatste in de financiële keten.
Vervolgens heb ik
ook geleerd dat de overheid niet de vriend is van de (kleine) belegger. Het is
nog niet genoeg dat we als onmondige groep in het politieke toneel vaak de dupe
zijn belastingverhogingen, zo is in mijn driejarige beleggerscarrière de
roerende voorheffing gestegen naar 27% (straks wordt dit 30%), is de beurstaks
gestegen naar 0,27% en is er een speculatietaks ingevoerd. Gemiddeld 1
verhoging per jaar dat ik beleg, redelijk stevig me dunkt. Hoewel erg is, het
nog maar de helft van het verhaal, de hypocrisie waarmee men een belegger door
het slijk van het publieke forum haalt, is mind-boggling. Langs de ene kant
wordt mijn generatie overspoeld door berichten in de aard van ‘wees ondernemend’,
‘neem je loopbaan zelf in handen’, ‘zorg voor je pensioen’. Voor politici is
het bon temps om gezien te worden met start-ups en ondernemers maar als de
begrotingsonderhandelingen tot diep in de nacht gaan, zijn het toch zij die
iets ondernemen die het gelach betalen.
Tot voor ik deze
paragraaf schreef beschouwde ik mezelf niet als ondernemer en dat doe ik nu nog
steeds niet, of toch niet voor 100%, ik ben tenslotte niet afhankelijk van mijn
investeringen voor mijn levensonderhoud. Maar misschien valt er wel iets te
zeggen dat ik voor een honderdste of misschien maar een duizendste ondernemer
ben. In mijn directe omgeving en onder mijn leeftijdsgenoten ken ik weinigen
die effectief een aantal duizend euro in iets investeren, buiten mijn vrienden
die vastgoed kopen (the holy grail van elke Belg). Ik gebruik mijn geld voor
bedrijven/projecten waarin ik geloof en hoop hiervoor beloond te worden. Deze
bedrijven betalen reeds belastingen op al hun resources (personeel, diensten,
energie, grondstoffen, …). De winst die dan nog overblijft wordt nogmaals
belast. Als het bedrijf mij dan een dividend uitbetaald wordt hier binnenkort
nogmaals 27% van afgehouden. Kwestie van mensen aan te moedigen om iets te
ondernemen…
Desalniettemin, zijn
de redenen waarom ik beleg nog steeds sterk aanwezig en ik hoop tevens vaak te
kunnen terugkijken op en succesvolle en boeiende periode in mijn beleggers
carrière.

Geen opmerkingen :
Een reactie posten