zondag 26 november 2017

Weg met de eerste pensioenpijler, zo blijkt

De lancering van MyPension.be zorgde deze week voor heel wat ophef. Wat ik echter een klets in het gezicht vond, was de uitspraak van Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR): 'Iedereen kan nu zelf verantwoordelijkheid opnemen voor zijn pensioen.’. Schijnbaar ben ik één van de weinigen die dit zo ervaren heeft. Het artikel dat op de tijd.be verscheen, werd niet eens opgenomen in de gedrukte versie. Ook in alle duidingsprogramma’s die volgden, kwam dit niet of nauwelijks aan bod. Vandaar dat ik niet kon weerstaan om in mijn pen te kruipen.

In tegenstelling tot wat de burger gewoon is geraakt, was de commotie omtrent de lancering van het vernieuwde MyPension.be niet omdat de website plat lag door de vele bezoekers (meer dan 155 000 tijdens de eerste 2 dagen), maar door de info waarmee de burger daar geconfronteerd werd. Op Twitter kon je goed volgen hoe iedereen zich te kort gedaan voelde. Bijvoorbeeld men iemand kent die minder hard werkt dan hen en toch meer zou krijgen of dat het geafficheerde bedrag niet eens rekening hield met de inflatie om maar te zwijgen van die ambtenaren.  



Nu wie ben ik om het individuele leed van mijn medeburgers te veroordelen, ik ben tenslotte zelf ook gaan kijken en dacht er eveneens het mijne van. Echter als een politicus zegt, 'Iedereen kan nu zelf verantwoordelijkheid opnemen voor zijn pensioen.’, dan tikt mijn bloed toch wel even het kookpunt aan! Wat met dat sociaal contract!?
‘Sociaal contract?’ Hoor ik u denken. Zonder te ver in detail te willen treden en dus met het risico tot oversimplificatie, heb ik het over het volgende. In de politieke filosofie bestaat een stroming, contract filosofen, die de legitimiteit van de huidige overheden verklaren door te spreken van een sociaal of politiek contract. In essentie gaat het over het feit dat een maatschappij een deel van zijn vrijheden afgeeft aan een centraal gezag om de rest van de vrijheden te waarborgen (denk bv aan veiligheid). Over hoe zo’n sociaal contract tot stand komt (zij het expliciet of impliciet, uit vrije beweging of verplichten de omstandigheden de maatschappij ertoe), verwijs ik u door naar veel slimmere mensen dan mezelf. U heeft misschien al van hen gehoord, het gaat onder andere over Thomas Hobbes (Leviathan), John Locke (Second Tretise of Government), Jean-Jacques Rousseau (Du contract social) en meer recent John Rawls (Theory of Justice).

Okay allemaal goed en wel, zegt u maar wat dat heeft te maken met de uitspraak van Bacquelaine? Wel, alles in feite. In de moderne welvaartstaat staan we een stuk van ons inkomen af aan de overheid die die middelen aanwendt om de moderne invulling van deze in het ‘contract’ opgenomen elementen te verzekeren. U kan hierbij denken aan leger en politie, evenzeer aan onderwijs, gezondheidszorg en dus ook pensioenen. Don’t take my word for it, wederom zijn er veel slimmere mensen dan mij die het zeggen, met name de leden van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 met ronkende namen als Bea Cantillon (u weet wel de prof aan de Universiteit Antwerpen (ambtenarenpensioen btw) en Frank Vandenbroucke (u weet wel iets van met de lucifers spelen).
Zij schreven een rapport met de blitse titel: EEN STERK EN BETROUWBAAR SOCIAAL CONTRACT - Voorstellenvan de Commissie Pensioenhervorming 2020- 2040 voor een structurele hervormingvan de pensioenstelsels. Had ik het u niet gezegd? In punt 3.1 verwoorden de neuzen van de Belgische academische zalm het als volgt:
…, bestaat de basisdoelstelling van het pensioensysteem er in om mensen na het einde van hun actieve loopbaan een adequate levenstandaard te garanderen. Dit omvat zowel een adequate vervangingsratio als een minimuminkomenswaarborg. In sectie 4 preciseren we hoe vervangingsratio’s gedefinieerd worden (zie Kader 3). In sectie 6 leggen we uit onder welke voorwaarden en in welke precieze betekenis een vervangingsratio een doelstelling is van het beleid. In essentie gaat om een sociaal contract dat aan iedereen in de samenleving (jongeren en ouderen, werkenden en gepensioneerden) voldoende zekerheid en perspectief moet bieden. Daarom is een systeem van sociale verzekering nodig.
Verder in hun rapport gaan de auteurs in op de evenwichtsoefening waar een pensioensysteem voor staat. Volgens hen moet het systeem i) sociaal performant ii) financieel houdbaar iii) coherent en transparant en iv) publiek legitiem zijn. Als het systeem (lees de overheid in brede zin) tijdens het jongleren 1 (of meerdere) van deze ballen laat vallen, komt de constructie op drijfzand te staan. Beoordeelt u vooral zelf hoeveel ballen er nog in de lucht zijn…

De aandachtige lezer heeft ongetwijfeld door dat ik in deze blog me wil toespitsen op het laatste punt, publieke legitimiteit. Wat mij betreft kan er gediscussieerd worden over de hoogte of laagte van de eerste pijler pensioenen, het onderscheid tussen werknemer, zelfstandige en ambtenaar of we eerder een repartitie- dan wel een kapitalisatie stelsel moeten hebben (hoewel er heelgoede redenen zijn voor een repartitie stelsel (hyperinflatie), misschien voer voor een andere blogpost). Wat ik, for lack of a better word, haast onethisch vind en dus de legitimiteit van het systeem volledig doet onderuit halen, is een even hoge bijdrage vragen voor een systeem waarvan de minister van pensioenen zelf zegt dat het niet zal volstaan. Erger nog, de overheid werkt u zelf actief tegen bij het nemen van deze ‘verantwoordelijkheid’.
Ik verklaar me nader. Ofwel is het contract; je betaalt en krijgt een billijk deel terug als je het nodig hebt, ofwel is het systeem je betaalt niet of heel weinig en je moet dan ook niet op veel rekenen. Ik denk dat we het erover eens kunnen zijn dat er genoeg betaald wordt (of dat de verhoudingen van wie hoeveel betaalt juist zijn, is een andere discussie). Het overheidsbeslag is tenslotte ruim boven de 50%. Voor die prijs krijg je dus een minister die vrij vertaald zegt, ik heb nu een tool laten maken om u te tonen wat u te wachten staat, trek uw plan.
Wijziging in het contract? Ja, maar eenzijdig want de grote hervorming waardoor mijn netto-inkomen significant zal stijgen waardoor ik zelf mijn verantwoordelijkheid kan nemen, heb ik nog niet gehoord. Au contraire, om het in de landstaal die minister Bacquelaine machtig is te verwoorden, men straft actief en in steeds toenemende mate zij die hun verantwoordelijkheid nemen. Hoe iemand die appel voor de dorst bij elkaar krijgt, zou dan toch om het even moeten zijn voor de overheid. Soms lijkt men de wollen-sok-onder-de-matras benadering meer te promoten dan iemand die belegt. Er zijn volgens mij nochtans een aantal redenen te bedenken waarom beleggen zelfs superieur is aan een wollen sok onder de matras te bewaren voor de oude dag.
Het rijtje belastingen waarmee een belegger geconfronteerd wordt, is aanzienlijk. Neem nu aandelen: bij de aankoop betaal je vanaf 2018 0,35% beurstaks bij de aan- en verkoop, 30% roerende voorheffing op de ontvangen dividenden. Moest je meer dan 500 000 euro aan beleggingen hebben, wordt er een miljonairstaks euhm ik bedoel een effectentaks van 0,15% ingehouden. 500 000 euro in een portefeuille is een mooi bedrag, akkoord maar ik denk niet men goed beseft hoeveel kapitaal iemand nodig heeft als men echt zelf het gros van zijn of haar pensioen moet voorzien. Laat me toe een en ander hieronder te verduidelijken.
In ‘personal finance’ hanteert men de ‘4% rule’ als algemene indicatie om een ‘safe withdrawl rate’ te bepalen. Dit cijfer komt van een onderzoek gedaan door William Benger die, op basis van historische marktgegevens, een aantal simulaties heeft uitgevoerd om te bepalen hoeveel van een gebalanceerde (60% aandelen 40% fixed income) portefeuille men kan opsouperen tijdens een periode van 30 jaar zonder dat men zonder middelen valt. De simulaties gebruiken data van de periode 1926 – 1976 en daaruit blijkt dat zelfs als u tijdens uw pensioen de grote depressie meemaakt, u niet in geldnood komt zolang u niet meer dan 4% uit uw portefeuille onttrekt. Er is massaal veel info te vinden over de 4% rule en voor de finance nerds onder ons zeker een aanrader om eens verder te graven. Voor deze blogpost volstaat het om hieruit onze assumptie te destilleren. Als men systematisch op een vermogen moet teren om een inkomen tijdens pensioen te voorzien, dan lijkt 4% van zijn/haar portefeuille aanspreken een goede huisvader benadering.
Top, we weten nu hoeveel van ons kapitaal we jaarlijks kunnen opgebruiken, nu is het nog zaak om te weten te komen, hoeveel we jaarlijks zouden willen hebben en tot slot hoeveel kapitaal we dan nodig hebben. Wederom, we zullen te werk gaan met een aantal eenvoudige assumpties, elke situatie is natuurlijk anders. Ook nog even vermelden dat we voor de leesbaarheid van de post niet gaan beginnen met inflatie gecorrigeerde cijfers dus als u pakweg binnen 20 jaar op pensioen gaat, moet u nog even de denkoefening maken: wat zou ik dan met zulke bedragen nog kunnen kopen?
Hoeveel inkomen heeft u jaarlijks nodig?
Voor de uitwerking van het voorbeeld stel ik voor om 2.500 euro te nemen als target maandelijks inkomen tijdens uw pensioen. Of dus 30.000 euro/jaar. Zeker geen slecht vooruitzicht maar ook niet exuberant hoog. U betaalt er tenslotte uw wagen (geen bedrijfswagens op pensioen), nutsvoorzieningen, voeding, reizen, verzekeringen, medische kosten (die laatste 2 zullen wellicht hoger zijn dan voor je pensioen) en misschien zelfs nog huisvesting mee. Er wordt constant gesproken over de 4 pensioenpijlers dus ik stel voor dat we elke pijler voor een gelijk deel tot dit bedrag laten bijdragen. Ik veronderstel dat de 1e pijler tegenwoordig de belangrijkste is voor de meeste mensen. Deze post gaat net over hoe de overheid zegt dat je er niet mag/kan op rekenen. Dus voor de eenvoud elke pijler draagt voor 25% bij in ons voorbeeld. U kan op netto 625 euro 1e pijler pensioen rekenen. U zal dus 1.875 euro (22.500 euro/jaar) met uw kapitaal moeten genereren.
Hoeveel kapitaal heb ik dan nodig?
We hanteren nu de hierboven toegelichte 4% regel: 22.500/0,04 = 562.500 euro. Mogelijks breekt nu uw klomp, het is immers veel geld. Spaar dat maar eens bij elkaar met uw ‘after taks income’ in België. U slaagt erin? Proficiat! Volgens de Belgische overheid bent u nu rijk genoeg om een miljonairstaks te betalen. Mooi hé, men dwingt u om dit bij elkaar te sparen, uw verantwoordelijkheid nemen weet u wel, om u er daarna op te belasten…
Stel u bent het pertinent oneens dat het 1e pijler pensioen maar in een kwart van uw maandelijks benodigde 2.500 euro zal voorzien. We verdubbelen het bedrag, uw 1e pijler zal u nu maandelijks van 1.250 euro voorzien en u moet zelf 1.250 zien te genereren. Dan nog moet u 375.000 euro bij elkaar zien te krijgen. Begin er maar aan, van elk dividend of coupon die u knipt, wordt 30% afgeroomd. U geniet misschien van een vrijgekomen kapitaal d.m.v. een groepsverzekering (2e pijler)? Vergeet dan niet de 10 à 20% bedrijfsvoorheffing die u verschuldigd bent bij de uitkering mee te nemen in uw berekeningen. Idem voor moest u via de 3e pijler kapitaal aan het opbouwen zijn, vergeet dan niet dat men als u 60 wordt een anticipatieve heffing van 8% afhoudt.

Begrijp me niet verkeerd, ik zie heus wel dat er iets mis is met hoe het pensioenstelsel nu is. Ik bepleit geen status quo maar het kan toch niet zijn dat de belastingen die men int met de belofte er een degelijk pensioen voor terug te krijgen onverstoord verder gaat. En toch blijkt een deftig pensioen voor de volgende generaties onhaalbaar. Een simpele en pijnloze oplossing kan ik ook niet bieden. Als jonge generatie zie ik wel wat in de woorden van Geert Noels tijdens De Afspraak op vrijdag van 24/11/2017: “Als we de jonge generatie een toekomst willen geven, gaan we een aantal beloften die aan de vorige generatie werden gegeven, moeten terugschroeven.”.

Geen opmerkingen :

Een reactie posten